- Sterke motivatie: werkt gedegen, nieuwsgierig, verzorgd (huis)werk, prestatiegericht.
- Drang tot perfectionisme: veeleisend voor zichzelf, faalangstig.
- Ernstig: lacht weinig, zondert zich af (bij feestjes).
- Gericht op ouderen: omgang met ouderen, docentgericht.
- Creativiteit: vindingrijk, muzikaal etc.
- Abstracte vraagstellingen.
- Productief denken en concluderen.
- Opvallend woordgebruik: grote taalschat, mooie zinsbouw.
- Rekenvaardigheid.
- Inzicht in relaties en situaties hebbend.
- Non-acceptatie door leeftijdgenoten.
"Het probleemgeval"
- Clown spelen: niet serieus kunnen, willen zijn, achter een masker leven, zichzelf overschreeuwen.
- Spanningsverschijnselen: agressief, allergie, onbeheerst/gefrustreerd gedrag.
- Astma.
- Sterk wisselende resultaten: onderpresteren.
- Concentratieproblemen: afdwalen van gedachten, niet kunnen stilzitten.
- Desinteresse (school/studie).
- Slecht handschrift, gestoorde motoriek.
- Bedplassen.
- Praten / denken over de dood: doodsverlangen, gedachten over zelfdoding.
- Eenzaamheidsgevoelens / isolement.
- Spijbelen.